‘Meer of minder Marokkanen?’

Geschreven door Lea Göring

We zullen ons allemaal nog wel de uitspraak herinneren van PVV-voorman Geert Wilders. Na de gemeenteraadverkiezingen van 2014 vroeg hij aan het publiek of men meer of minder Marokkanen wilde. De gevolgen van deze uitspraak zijn groot en nog lang merkbaar. Er waren duizenden mensen die aangifte deden van discriminatie. Wilders is vervolgd door het Openbaar Ministerie (OM) en het proces heeft uiteindelijk zes jaar geduurd. Wat heeft de rechter uiteindelijk geoordeeld en is Wilders er wellicht te makkelijk mee weggekomen?  

Er zijn meerdere aspecten in deze zaak die een belangrijke rol spelen. Wilders beroept zich uiteraard op de vrijheid van meningsuiting, neergelegd in artikel 7 van onze Grondwet (GW). Het OM wil Wilders vervolgen en zwaar straffen voor zijn uitspraak omdat het een haatzaaiende, discriminerende en groepsbeledigende werking heeft. Daarnaast heeft Wilders een voorbeeldfunctie en dus moet duidelijk worden gemaakt dat dergelijke opmerkingen niet door de beugel kunnen en zullen worden bestraft.

De eerste uitspraak in deze zaak werd gedaan in 2016. Hier werd Wilders schuldig bevonden aan groepsbelediging en discriminatie (artikel 137d lid 1 Wetboek van Strafrecht). Wilders werd evenwel geen straf opgelegd. De rechtbank vond dit vonnis straf genoeg voor de politicus. Wilders was echter niet van plan om zich neer te leggen bij dit oordeel en gaf direct aan in hoger beroep te gaan. Het OM gaf ook aan in hoger beroep te gaan. De officier van justitie eiste in eerste aanleg een geldboete van €5000,-. Daarnaast werd hij ook vervolgd voor haatzaaien, maar hiervoor werd Wilders vrijgesproken.

In 2018 volgde een zitting bij het gerechtshof in Den Haag waarbij Wilders een wrakingsverzoek heeft ingediend. Dit werd gehonoreerd en drie weken later werd het proces met een nieuwe rechter voortgezet. Tijdens het proces kwamen er stukken naar buiten waaruit zou blijken dat minister Opstelten van Justitie en Veiligheid met het Openbaar Ministerie zou hebben gesproken over de vervolging. Volgens Wilders was er sprake van politieke beïnvloeding en hij wilde hier dan ook meer onderzoek naar. In afwachting van dit onderzoek werd de zaak stilgelegd.

In 2020 zou de zaak worden voortgezet maar kwam er opnieuw uitstel. Door de coronacrisis is de zitting vervolgens wederom een aantal keer uitgesteld. Eind juni 2020 heeft de zitting plaatsgevonden. Wilders is uiteindelijk vrijgesproken voor haatzaaien en discriminatie. Het zou immers niet het doel zijn geweest van Wilders om zijn publiek aan te sporen tot haat of discriminatie. Hij is enkel veroordeeld voor groepsbelediging en heeft hier geen verdere straf voor gekregen. Het hof oordeelde hier op 4 september 2020 hetzelfde over als de rechtbank. Wilders heeft in de loop der jaren genoeg leed ondervonden van de uitdraging van zijn mening. Daarnaast oordeelt het hof dat strafvervolging geen doel meer dient.[1]

Vrijheid van meningsuiting
Wilders beriep zich tijdens zijn proces meerdere malen op zijn vrijheid van meningsuiting. Zijn mening is dat er te veel allochtonen (met name Marokkanen) in Nederland wonen. In Nederland moet hij de vrijheid hebben om deze mening te verkondigen. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht. Toch is het geen absoluut grondrecht. Er zitten weldegelijk beperkingen aan deze vrijheid verbonden. Zo mag een uiting niet aanzetten tot haat, discriminatie of intolerantie. Voor ambtenaren wordt hier nog iets strenger op toegezien dan de ‘gewone burger’. Het Europees hof voor de rechten van de mens heeft hier in 2002 uitspraak over gedaan.[2] Een ambtenaar heeft een bijzondere verantwoordelijkheid gezien de bijzondere en verantwoordelijke machtspositie. Hier dient Wilders dus ook rekening mee te houden.

Ondanks dat Wilders dus van mening is dat zijn uiting onder de vrijheid van artikel 7 GW valt heeft de rechter in deze zaak geoordeeld dat zijn opmerking onnodig grievend was. Dit wil zeggen dat hij weldegelijk aanzette tot intolerantie en hij is uiteindelijk dan ook veroordeeld voor groepsbelediging. Gezien zijn bijzondere verantwoordelijkheid en functie als PVV-voorman, kan hij dergelijke grievende opmerkingen beter voor zich houden of enkel achter gesloten deuren uiten.

Persoonlijk vind ik dan ook dat Wilders er erg goed mee weg is gekomen. Het hof heeft geoordeeld dat aanzetten tot haat niet zijn intentie was. Gezien zijn houding, verschillende opmerkingen en politieke plannen valt dit te betwijfelen. Wilders komt vaak erg hard uit de hoek als het dit onderwerp betreft. Zo staat ook in zijn verkiezingsplan dat niet westers-allochtonen en gelukszoekers precies weten hoe ze een verblijfsvergunning moeten krijgen, evenals een uitkering. Hij vindt dat veel allochtonen Nederland belazeren.[3] Hij geeft verder aan dat Nederland overbevolkt is hierdoor. Het moge duidelijk zijn dat Wilders erg nationalistisch is, en het liefst alle allochtonen uit Nederland wegstuurt. Dit, en vele andere voorbeelden uit de praktijk zouden voor mij reden genoeg zijn om te geloven dat Wilders wel wilde aanzetten tot haat met zijn opmerking. Deze zaak is inmiddels afgerond, maar het blijft wachten op het moment dat Wilders wederom een uitspraak doet die onderwerp van het maatschappelijk debat wordt.    

[1] Gerechtshof veroordeelt Wilders voor ‘minder Marokkanen’ uitspraak’, Rechtspraak.nl 4 september 2020; Hof Den Haag 4 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1606.
[2] EHRM 17 december 2002, 35373/ 97 (A. t. Verenigd Koninkrijk).
[3] ‘Verkiezingsprogramma PVV 2021 – 2025 Het gaat om u’, p. 7 en 23.

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden

Verstuur